Nederlands
Uitgebreide synoniemen voor waarmaken in het Nederlands
waarmaken:
-
waarmaken
Conjugations for waarmaken:
o.t.t.
- maak waar
- maakt waar
- maakt waar
- maken waar
- maken waar
- maken waar
o.v.t.
- maakte waar
- maakte waar
- maakte waar
- maakten waar
- maakten waar
- maakten waar
v.t.t.
- heb waargemaakt
- hebt waargemaakt
- heeft waargemaakt
- hebben waargemaakt
- hebben waargemaakt
- hebben waargemaakt
v.v.t.
- had waargemaakt
- had waargemaakt
- had waargemaakt
- hadden waargemaakt
- hadden waargemaakt
- hadden waargemaakt
o.t.t.t.
- zal waarmaken
- zult waarmaken
- zal waarmaken
- zullen waarmaken
- zullen waarmaken
- zullen waarmaken
o.v.t.t.
- zou waarmaken
- zou waarmaken
- zou waarmaken
- zouden waarmaken
- zouden waarmaken
- zouden waarmaken
diversen
- maak waar!
- maakt waar!
- waargemaakt
- waarmakend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze